1900 – 2000

In 1905 wordt een voorstel gemaakt voor de verbreding van de kerk. Bij dit ontwerp wordt er links en rechts van het schip nog een zijbeuk aangebouwd. Waarom dit plan nooit is uitgevoerd is niet bekend.

De graaf en gravin komen in 1912 kort na elkaar te overlijden. Ze worden bijgezet in de crypte van de kerk. Om zijn ouders te gedenken laat de zoon in de kerk twee gebrandschilderde ramen aanbrengen.

In financieel opzicht was de hervormde gemeente nogal afhankelijk van haar Heer. Heer en gemeente waren zozeer met elkaar verstrengeld, dat graaf Bentinck van Waldeck Limpurg nog in 1931 de mening was toegedaan dat het kerkgebouw niet de hervormde gemeente toebehoorde maar hem. Deze onduidelijkheid bleek, toen de graaf in dat jaar afstand deed van zijn kerkelijke functies (opperkerkmeester). Bij deze gelegenheid wilde hij tevens de financiële relatie herzien, die er tussen hem en de gemeente bestond. Hij stelde de gemeente voor dat deze de kerk en de naastgelegen pastorie voor een klein bedrag van hem zou huren. Ook wilde hij niet meer de kosten van het schoonhouden en intact houden van het inwendige van de kerk betalen. Er wordt een onderzoek ingesteld dat 15 jaar zal gaan duren. Hieruit blijkt dat Middachten geen juridische zeggenschap heeft over de kerk. Eerst in 1948 komt het tot een vergelijk tussen Bentinck en de kerkvoogdij, waarbij het eigendomsrecht definitief aan de laatste wordt toegewezen.

Om al het goede dat Middachten voor de kerk heeft gedaan (ze hebben tenslotte eeuwen lang alle kosten van de kerk op zich genomen), wil de kerkvoogdij als dank de grafelijke bank en de rouwborden laten staan. Deze banken worden nog regelmatig door de familie gebruikt.

Vlak voor de bevrijding in 1945 valt er een V1 op een naburig huis. De kerk wordt ernstig beschadigd.

In 1949 wordt de kerk voor de eerste keer gerestaureerd. De toegang tot de kerk via de toren wordt weer in ere hersteld. De neogotische zijentree en hoofdentree worden verwijderd. De hoofdentree wordt dichtgemetseld en de zijentree wordt vervangen door een eenvoudige versie met lessenaarsdak.

Het orgel wordt verplaatst naar de andere kant van de kerk, waarvoor het huidige orgelbalkon wordt gebouwd. De kerk krijgt een nieuwe preekstoel.

De gebrandschilderde ramen uit 1912  waren door de inslag van de V1 volledig verwoest. De resten zijn verdwijnen. Helaas zijn er geen tekeningen of foto’s van deze ramen bewaard gebleven.

In 1962 volgt de tweede restauratie. De toren wordt gerestaureerd en krijgt een volledig nieuwe eiken spits met leibedekking. Het dak van het schip en koor wordt vervangen door een kap met gesmoorde oudhollandse pannen. Voorheen was dit dak voorzien van een leibedekking. De rouwborden worden gerestaureerd en opnieuw opgehangen.

Enkele jaren later (1968) krijgt de kerk een nieuw orgel maar het oude front blijft gehandhaafd.